Wat wordt er verzwegen in het immigratiedebat? Twee woorden waar niemand aan wil raken
News

Wat wordt er verzwegen in het immigratiedebat? Twee woorden waar niemand aan wil raken

Immigratie is nog steeds het grote taboe van de politiek, zo bleek vorige maand uit het koor van verongelijkten dat ten zange trok tegen FVD-leider Lidewij de Vos in de Tweede Kamer.

Zij wilde geen afstand nemen van enge ideeën en associaties. Op zich was dat al problematisch, gezien de zichtbare radicalisering van een partij die flink groeit op uiterst rechts.

Het radicale imago van FVD werd bevestigd door de documentaire van PowNed op woensdag 10 juni. Voor de geïnformeerde kijker was er weinig nieuws, helaas.

Het bleef bij een samenraapsel van oude anekdotes en deels anonieme getuigenissen van een paar oud-FVD’ers, ook al waren die zorgwekkend genoeg: grappen over de Holocaust, complottheorieën over Joden en racistische bijnamen (’aapje’) voor partijleden met een donkere huidskleur zijn bij (J)FVD heel gewoon.

Een goor sfeertje, dus, waar geen normale democraat in zijn gezonde verstand bij wil horen. Extreem-rechts? Het lijkt er sterk op. Maar bij een partij die ironie niet als breekijzer maar als dekmantel gebruikt, zijn de intenties nooit helemaal helder. En omdat een democratie (helaas) ook moet omgaan met radicale elementen, is het beter om in debat te gaan.

Dat is niet makkelijk, want het thema immigratie kent een paar grote stopborden – zeker voor wie kritisch is op de gevolgen ervan. Met harde sociale en juridische sancties voor wie de stopborden negeert.

Neem ‘omvolking’. Die term geldt, zeker bij FVD, als een hondenfluitje voor allerlei complotten. Over een kwaadaardige elite (niet zelden met Joodse trekken, want antisemitisme is bij complotten nooit ver weg) die moedwillig al generaties lang probeert ‘het volk’ te vervangen.

Het zusterbegrip ‘remigratie’ is al even omstreden. In strikte zin is het niets anders dan terugkeer naar het land van herkomst, bijvoorbeeld na gedane arbeid of na afwijzing van een asielaanvraag. Heel normaal om daarvoor beleid te maken: tot vorig jaar kon de remigrant zelfs bij de Sociale Verzekeringsbank een speciale remigratie-uitkering aanvragen.

Alleen ga je er toch anders over denken als je ziet hoe de voorzitster van JFVD op het jongste kerstgala, rode wijn in de hand, gilt: ‘2026 wordt het jaar van re-mi-gra-tie!’ En als in haar beweging iets te opgewonden en openlijk wordt gefantaseerd over het ‘deporteren’ van vreemdelingen. Daar ga je, Waling, met je fatsoenlijke debat.

Dat er nare complotten zijn, wil alleen nog niet zeggen dat er geen enorme demografische omslag gaande is. Deels doordat de bestaande bevolking steeds later en minder kinderen kreeg – en deels door immigratie vanwege arbeid, familie, studie of asiel.

Immigranten hebben veel gebracht: van broodnodige kennis en menskracht tot culturele en culinaire verrijkingen. Maar wie niet ook de negatieve gevolgen benoemt, miskent de zorgen daarover. En het recht, de plicht zelfs, van een staat om ertegen op te treden.

De spanningen rond asielzoekerscentra sluiten aan bij de sfeer in het Verenigd Koninkrijk en elders in Europa, die sterk doet denken aan regelrechte rassenrellen. Om escalatie over immigratie te voorkomen, is een nuchter, liberaal debat onmisbaar. Een gesprek dat verder gaat dan het verbieden van woordjes uit angst voor het ‘normaliseren’ ervan.

Want dat laatste gebeurt toch wel. Cabaretier Rogier Kahlmann vertelde onlangs in een Vlaamse podcast dat hij ‘zijn leven niet zeker’ is als hij grappen maakt over de islamitische profeet Mohammed. ‘Daarom ben ik ook echt voor remigratie, en dat hele deporteren. (…) Ik wil geen mensen om mij heen die mij dood zouden willen omdat ik een grap maak [over hun profeet]. Iedereen die mij dood wil om een grap, die moet gewoon oprotten. (…) Daar is het vliegtuig, wegwezen.’

Stevige uitspraken. Maar intussen is er geen cabaretier die ontkent wat hij zegt: dat het levensgevaarlijk is om grappen over Mohammed te maken, dat er grote groepen moslims zijn die dat ook echt willen verbieden en dat sommigen van hen zelf bereid zijn tot geweld.

De vraag is alleen: doe je daar iets aan of niet? Is er ruimte in een open, tolerante samenleving voor zo veel onverdraagzaamheid, en wat gebeurt er als de groep onverdraagzamen gestaag groeit door immigratie en demografie?

Elk antwoord is mogelijk. Het enige wat niet meer kan, is wegkijken. En dat is precies wat nu wel gebeurt door ‘omvolking’ en ‘remigratie’ tot taboebegrippen te verklaren, en een serieus debat over de achterliggende argumenten uit de weg te gaan. Een debat met respect voor de rechtsstaat en de mensenrechten – en met gevoel voor gevaren zoals racisme, moslimhaat en discriminatie.

Zo’n debat is te belangrijk om aan FVD alleen over te laten.

 

LEAVE A RESPONSE

Your email address will not be published. Required fields are marked *