Hoe Ruud Lubbers Nederland uit de crisis van de jaren tachtig trok
News

Hoe Ruud Lubbers Nederland uit de crisis van de jaren tachtig trok

Net als in de jaren tachtig wil het kabinet-Jetten een sociaal akkoord met de polder en ingrijpende hervormingen. Maar de vakbeweging ligt dwars. Toenmalig premier Ruud Lubbers (CDA) lukte het in 1982 wél. ‘Het land verzoop en moest worden gered.’

De naam van oud-premier Lubbers valt weer in Den Haag. Met het streven van het kabinet-Jetten om een nieuw Akkoord van Wassenaar te sluiten, staan de jaren tachtig volop in de aandacht. Het kabinet-Lubbers maakte slagvaardig economisch beleid én werkte samen met de polder om het sociale stelsel te hervormen. Hoe kreeg Lubbers dat voor elkaar? En was het economische succes wel zo groot als naderhand werd gezegd en geschreven?

Wie de harde cijfers erbij pakt, ziet dat de omstandigheden heel anders waren dan nu. De werkloosheid bij Lubbers’ aantreden was met 9,6 procent het hoogst sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Elke maand kwamen er 10.000 werklozen bij. Geld had de regering ook niet, het financieringstekort bedroeg meer dan 10 procent. Dat kostte miljoenen guldens aan rente.

Het contrast met het kabinet-Jetten kan niet groter. De werkloosheid is zo’n 4 procent, het begrotingstekort 2,7 procent, en de staatsschuld was zelden zo laag.

Hans Borstlap (80) werd in 1983 adviseur van de premier, een paar maanden na het aantreden van het kabinet-Lubbers. Hij zegt dat de sfeer toen heel anders was dan nu: ‘De situatie was tamelijk rampzalig, we gingen bij wijze van spreken bijna failliet. Alle seinen stonden op rood. Lubbers I moest het land van de afgrond redden. Ik herinner mij een grote vastberadenheid bij alle ministers om dat moeilijke beleid ten uitvoer te brengen, ook als dat sommigen zwaar viel.’

Een van de fundamenten van die redding werd het sociaal akkoord dat op 24 november 1982 in Wassenaar werd gesloten. Vakbonden en werkgevers kwamen overeen de lonen te matigen in ruil voor arbeidstijdverkorting. Of, zoals het in het akkoord staat: ‘Een aanpak waarin meerdere vormen van herverdeling van werkgelegenheid in aanmerking komen, zoals arbeidsduurverkorting.’ Daarmee kon het beschikbare werk over meer mensen worden verdeeld, zodat de werkloosheid niet meer zo snel zou stijgen.

Portret van de Nederlandse premier Ruud Lubbers./Portret van de Nederlandse premier Ruud Lubbers.

Dat is de belangrijkste afspraak uit het summiere akkoord. De uitgangspunten staan op slechts twee A4’tjes, waarvan de tweede pagina grotendeels is vrijgemaakt voor de handtekeningen van de onderhandelaars.

Naast het kernpunt over de invoering van arbeidstijdverkorting en loonmatiging, bepleit het akkoord een ‘meerjarenbeleid op sociaal en economisch terrein’. Ook mag ‘gelet op de zwakke financiële positie van de bedrijven, een betere verdeling van de bestaande werkgelegenheid niet tot een verhoging van de kosten leiden’. Dat moest allemaal nog worden opgenomen in de cao-onderhandelingen voor het jaar 1983. Zonder het Akkoord van Wassenaar dreigden stakingen.

Het akkoord heeft een haast mythische status. Ook omdat een sociale overeenkomst met een dergelijke impact sindsdien nooit meer is gelukt. Lubbers-biograaf Johan van Merriënboer (64) zegt dat het Lubbers haast in zijn schoot werd geworpen. ‘Zijn voorganger Dries van Agt, ook van het CDA, wilde graag zo’n akkoord, maar hij kreeg het niet voor elkaar. Bovendien zat Lubbers dat beleid van Van Agt te frustreren vanuit zijn rol als fractievoorzitter in de Tweede Kamer. Maar toen Van Agt plots de politiek verliet, erfde Lubbers al het voorbereide werk.’

Van Merriënboer schreef samen met Lennart Steenbergen de biografie Een slag anders over de CDA-premier. Volgens hem werd Lubbers bij het sluiten van het sociaal akkoord ook geholpen door zijn persoonlijkheid en ervaring. ‘Van Agt had niets met de vakbonden, maar Lubbers kon zich goed in hen inleven. Hij deed in zijn eigen bedrijf altijd de personeelszaken, en als minister van Economische Zaken in het kabinet-Den Uyl sprak hij vaak met de vakbeweging.’

Bekend is de foto waarop Ruud Lubbers met FNV-bestuurder Herman Bode in gesprek is, tijdens een overleg tussen regering en werkgevers -en werknemersvertegenwoordigers dat aan het akkoord vooraf ging. Lubbers zocht de sociale partners direct en vaak op in die driehoeksoverleggen. Dat Lubbers zich overal tegenaan bemoeide, was volgens Van Merriënboer de sleutel tot het snelle succes achter het Akkoord van Wassenaar.

In de biografie schetst hij hoe Lubbers altijd bereikbaar was en continu met plannetjes kwam om de partners aan boord te houden. ‘Lubbers had een tomeloze inzet,’ zegt de biograaf, ‘en dacht altijd een stap verder dan zijn onderhandelingspartners.’

Den Haag 1-1-1984 Tweede kamer ministers en kamerleden Ruud Lubbers premier CDA foto: ANP/Hollandse Hoogte/ Jaco Klamer

Typerend voor de omgangsvormen in de jaren tachtig, werd het akkoord gesloten in het huis van werkgeversvoorman Chris van Veen in Wassenaar. Premier Lubbers was daar zelf niet bij aanwezig. Van Veen had toenmalig FNV-voorman, en latere premier, Wim Kok thuis uitgenodigd op 18 november 1982, omdat tijdens een formeel overleg op 17 november geen resultaat was geboekt.

Zo komt de overeenkomst aan zijn naam ‘Akkoord van Wassenaar’. Formeel staat boven de twee A4’tjes die een week later werden ondertekend de titel ‘Centrale aanbevelingen inzake aspecten van een werkgelegenheidsbeleid’. In de week tussen het concept-akkoord en de definitieve ondertekening ging zowel de werkgeversachterban als de vakbondsleden akkoord met de deal.

Volgens Hans Borstlap brak het eerste kabinet-Lubbers via het sociaal akkoord met het keynesiaanse beleid dat in de jaren zeventig dominant was in Den Haag. ‘Meer uitgeven om uit de lasten en schulden te groeien, dat kon niet meer.’ Het sociaal akkoord hielp daarbij, zegt Borstlap. ‘Daarmee kon het kabinet flankerend beleid voeren, zoals de korting op de ambtenarensalarissen.’

Die korting op de ambtenarensalarissen stond niet in het akkoord zelf. Maar het akkoord maakte de weg vrij voor dat soort maatregelen. Er werd wel fel tegen geprotesteerd. Zo spoot de brandweer eind 1983 het Binnenhof vol met blusschuim.

Borstlap: ‘Mijn werkkamer op het ministerie van Algemene Zaken lag aan het Binnenhof. De brandweer verzette zich tegen de voorgenomen verlaging van de ambtenarensalarissen met 3 procent. Dat was een belangrijke bezuinigingsoperatie om het financieringstekort terug te dringen. Lubbers ging onverzettelijk door op de ingeslagen weg.’

Dat tekort terugdringen was tijdens de gehele eerste kabinetsperiode (1982-1986) een speerpunt. Door de bezuinigingen nam het tekort in drie jaar tijd af tot 6,5 procent. Dat succes was volgens Borstlap te danken aan de driehoek die Lubbers vormde met ministers Jan de Koning (Sociale Zaken, CDA) en Onno Ruding (Financiën, CDA). ‘Er was een breed besef dat het zo niet langer kon doorgaan en ingrijpen noodzakelijk was.’

De kiezer beloonde die ingrepen. Met de verkiezingsposter ‘Laat Lubbers zijn karwei afmaken’, die tegenwoordig het CDA-kantoor van partijleider Henri Bontenbal siert, behaalde de premier een recordoverwinning bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1986. Het CDA won 9 zetels en kreeg er in totaal 54.

Van Merriënboer wijst erop hoe verbluffend dat resultaat is. ‘Het is een historisch hoge score, wat laat zien hoeveel vertrouwen hij kreeg van de kiezer. Wat je er wel bij moet vertellen, is dat de economische omstandigheden niet eens zoveel waren veranderd. De werkloosheid bleef hoog, dat had Lubbers ook wel door. Nederland had als open economie last van de internationale omstandigheden.’

Lubbers’ politieke succes ging ten koste van coalitiepartij VVD, zegt Van Merriënboer. Daardoor werd het CDA nog dominanter in de coalitie tijdens het tweede kabinet-Lubbers. De partij had bij de verkiezingen geprofiteerd van de bezuinigingsoperatie door Lubbers I. De werkloosheid begon vanaf 1986 te dalen, wat Lubbers de ruimte gaf om wat minder strikt op de financiën te letten. ‘Dat moest ook, want zijn eigen partij was de bezuinigingen spuugzat.’

Nederland, Den Haag, 4-11-1982 De staatsiefoto van het eerste kabinet Lubbers op de trappen van Paleis Huis ten Bosch. HM Koningin Beatrix omringd door premier Lubbers en de ministers Van den Broek, Smit-Kroes, van Aardenne, Schoo, de Koning en daarachter de Ruijter , Ruding, Korthals Altes, Rietkerk en Deetman en laatste rij Brinkman, Braks en Winsemius.
CDA en VVD foto bert verhoeff

Na nieuw verkiezingssucces in 1989, het CDA hield zijn 54 zetels, kwam daarom de PvdA in beeld als regeringspartner. Daarmee werd het derde kabinet-Lubbers gevormd.

‘Daarin werd de enorme hoeveelheid arbeidsongeschikten een groot thema, maar Lubbers merkte al snel dat de PvdA niet zo hard wilde ingrijpen als hij gewend was bij zijn vorige coalitie. Dat zorgde voor frustratie, Lubbers moest gas terugnemen.’

In de ministerraad werd door het derde kabinet-Lubbers meer geruzied. Hans Borstlap was in 1989 overgestapt naar het ministerie van Sociale Zaken, waar hij directeur-generaal werd. ‘De spending departments protesteerden tegen de normen die Lubbers en Ruding hen oplegden.’ De discipline uit Lubbers I was verslapt.

Zo groeide de werkloosheid, na jarenlange daling, tijdens het derde kabinet-Lubbers tot 8,7 procent in 1994. Het huishoudboekje van de overheid stond er beter voor: het financieringstekort was in de Miljoenennota dat jaar teruggedrongen tot 3,9 procent.

Borstlap heeft nooit spijt gehad van de harde ingrepen tijdens de kabinetten-Lubbers. Hij kijkt bewonderend terug. ‘Het land verzoop en moest worden gered. Zo simpel was het toen, ook al zijn daar later allerlei etiketjes opgeplakt, zoals “neoliberaal”. Ik vond het fascinerend hoe Lubbers met al zijn energie, intellect en analytisch vermogen zo volhardend bleef in zijn lijn om aan dat herstel te werken. Een onvergetelijke tijd, ook omdat ik zo dicht bij de machinekamer van dit beleid zat.’

Ook biograaf Van Merriënboer zegt: ‘Lubbers was een oplossingsmachine en zat enorm goed in de materie. Natuurlijk zei hij dingen omfloerst en bouwde altijd een ontsnappingsroute in, bijvoorbeeld als de economische cijfers toch tegenvielen.’

Die behendigheid draagt bij aan de mythevorming rondom Lubbers’ successen als premier. Maar vaststaat dat Nederland economisch na drie kabinetten-Lubbers een stuk beter ervoor stond dan aan het begin van de jaren tachtig.

LEAVE A RESPONSE

Your email address will not be published. Required fields are marked *