Esther Ouwehand stopt als partijleider en fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren. Christine Teunissen neemt het stokje van haar over. Ouwehand blijft wel aan als Tweede Kamerlid en zal zich storten op het landbouwdossier.

Dit artikel is geschreven doorElodie VerweijLeestijd 1 min
In een persbericht meldt Ouwehand niet waarom ze precies stopt als partijleider. Ze stelt alleen dat ze de afgelopen jaren ‘alles heeft gegeven wat ze in zich had’ om de Partij voor de Dieren naar ‘deze fase’ te tillen. “Nu deze fase is aangebroken, is het goed een stapje terug te doen en het stokje aan Christine over te dragen.”
Ouwehand blijft aan als Tweede Kamerlid en gaat zich storten op de landbouwportefeuille. Ze heeft twee initiatiefwetsvoorstellen ingediend die ze graag tot een goed eind wil brengen. Het ene wetsvoorstel gaat over haar stokpaardje om een eind te maken aan de bio-industrie. Met de andere wet wil ze het lijden van dieren bij de slacht verminderen.
Conflict met bestuur
Ouwehand was sinds oktober 2019 officieel de fractievoorzitter en partijleider van de Partij voor de Dieren. Haar partijleiderschap was echter niet onomstreden. In 2023 deed ze tijdelijk een stap terug omdat ze in conflict was met het toenmalige partijbestuur. Midden in campagnetijd droeg het bestuur een andere lijsttrekker voor dan Ouwehand. Dit resulteerde in een machtsstrijd die uiteindelijk gewonnen werd door de Katwijkse politica, maar haar leiderschap liep wel een kras op.
Afgelopen oktober kwam er opnieuw kritiek op de partijleider naar buiten. Partij voor de Dieren-oprichter Niko Koffeman zegde zijn lidmaatschap publiekelijk op uit onvrede met de leiderschapsstijl van Ouwehand. Ze luisterde volgens hem niet genoeg naar zijn kritiek op de partijkoers. En ook oud-partijleider Marianne Thieme uitte openlijk kritiek op de koers van de partij op het gebied van defensie.
Of er intern druk op Ouwehand is uitgeoefend om haar leiderschap neer te leggen is niet bekend. Opvolger Christine Teunissen heeft in ieder geval ‘heel veel zin’ om de partij te gaan leiden en ‘de grote verantwoordelijkheid die daarbij hoort’ waar te maken.




