Op 15 september presenteert het kabinet zijn begroting en plannen voor het komende politieke jaar. Daarna moeten zowel de Tweede als de Eerste Kamer daarmee instemmen. Juist daar dreigt volgens Van den Berg het probleem. Het kabinet heeft in beide Kamers geen meerderheid en moet dus steun zoeken bij oppositiepartijen. Tot nu toe ziet hij nog weinig tekenen dat die steun vanzelfsprekend beschikbaar is. “Ze komen in een hele lastige positie terecht in het najaar. Daarvan hangt af of ze enige toekomst hebben”, zegt hij. “Ik vrees eerlijk gezegd dat het moeilijk wordt.”
Volgens Van den Berg is een minderheidskabinet alleen levensvatbaar wanneer de regeringspartijen onderling sterk verbonden zijn en gezamenlijk een duidelijke koers varen. Daar ziet hij bij het kabinet-Jetten juist een zwakke plek. “Een minderheidskabinet heeft nog de beste kans als het intern heel hecht in elkaar zit, maar dat doet het niet. De VVD aan de ene kant en D66 en CDA aan de andere kant denken over een aantal dingen zeer verschillend.”
Die verdeeldheid kan zich vooral gaan wreken zodra er concrete financiële keuzes moeten worden gemaakt. De begroting en het bredere financiële kader zijn volgens Van den Berg potentiële breekpunten. De vraag wordt dan niet alleen welke oppositiepartijen bereid zijn het kabinet te helpen, maar ook of de coalitie zelf voldoende eensgezind blijft.
Van den Berg houdt daarom serieus rekening met een kabinetsval. “Dat gevaar zit er dik in, ja. De vraag is: wie weten ze te overtuigen? Prinsjesdag wordt echt wel hét moment.” Tegelijk waarschuwt hij ervoor om een politieke uitweg nooit volledig uit te sluiten. “Ik heb geleerd dat je de vindingrijkheid van politici nooit moet onderschatten. Het kan best zijn dat ze een oplossing vinden. En een begroting wijs je ook als oppositie niet zomaar af.”
Zelfs wanneer het kabinet een akkoord weet te sluiten, kan dat volgens hem slechts tijdelijk lucht geven. Grote en pijnlijke besluiten kunnen naar voren worden geschoven, maar verdwijnen daarmee niet. “Ze kunnen nu een aantal belangrijke beslissingen niet nemen en voor zich uitschuiven, maar dan komt hetzelfde moment volgend jaar.”
Van den Berg vermoedt dat vooral de VVD belang heeft bij uitstel. De partij zou volgens hem kunnen hopen op een andere machtsverhouding in de Eerste Kamer na de komende Statenverkiezingen. Een sterker rechts blok in de senaat zou de positie van de VVD en mogelijk het kabinet kunnen verbeteren. “Dat denk ik, maar ik vind het wel een linke manier om de zaak naar de toekomst te verplaatsen. De begroting en het financiële kader zijn een ernstig conflictpunt.”
Mocht het kabinet daadwerkelijk vallen, dan is Van den Berg opvallend genoeg geen voorstander van onmiddellijke nieuwe verkiezingen. Volgens hem zouden partijen eerst moeten proberen het bestaande kabinet te repareren of opnieuw samen te stellen. “Je kunt het kabinet lijmen; ga nog eens goed bij elkaar zitten. Je kan het kabinet reconstrueren, deels met andere minister en deels met een ander regeerakkoord. Voordat je zegt: we laten het de kiezers weer opknappen.”




