Derk Boswijk blikt terug: “Ik waarschuwde al voor veiligheid voordat het populair werd”
News

Derk Boswijk blikt terug: “Ik waarschuwde al voor veiligheid voordat het populair werd”

Rue de Grenelle is op het eerste gezicht geen bijzondere straat. Vergeleken met de statige avenues en brede boulevards van de Franse hoofdstad, doet de smalle weg in het zevende arrondissement van Parijs denken aan een steeg. Toch is Rue de Grenelle de corridor naar de Franse diplomatie. Talrijke residenties, ambassades en ministeries huizen in de straat die uitkomt bij Hôtel des Invalides – onder meer de locatie van het graf van keizer Napoleon Bonaparte.

Achter de poort van nummer 85 bevindt zich de residentie van de Nederlandse ambassadeur. Stadspaleis Hôtel d’Avaray uit de achttiende eeuw is sinds 1920 in het bezit van de Nederlandse staat. Bij de ingang staat Derk Boswijk, de staatssecretaris van Defensie (CDA). Hij is in Parijs voor bilaterale overleggen en defensiebeurs Eurosatory. EW gaat met hem mee.

‘Eerlijk gezegd heb ik toch liever aardappels, groenten en vlees,’ zegt Boswijk, die net een veganistische maaltijd heeft genuttigd. De ambassadeur schijnt veganist te zijn ‘vanwege zijn dochters’.

De staatssecretaris geniet zichtbaar van de pracht en praal van de residentie. Logisch, want verder rondkijken in de Franse hoofdstad zit er niet in tijdens dit flitsbezoek – Boswijk zelf overnacht met zijn team in de buurt van het vliegveld. Vanmiddag zat de staatssecretaris nog in de economyclass van een KLM-lijnvlucht. Aan boord van de Cityhopper werd hij niet herkend. ‘Dat was wel slecht voor m’n ego,’ zegt hij lachend. ‘Het was vechten om de armleuning.’

‘Vinden jullie het goed als ik mijn das afdoe?’ vraagt Boswijk, eenmaal zittend in de fauteuils van de bibliotheek met 3 meter hoge plafonds. Het was een lange dag vol ‘bilats’ – overleggen – en morgenochtend vroeg staat Eurosatory op het programma. ‘Ik had het nooit voor mogelijk gehouden dat ik staatssecretaris kon worden,’ zegt Boswijk. ‘Ik vind het fantastisch om deze rol te mogen vervullen.’

Boswijk is verre van een beroepspoliticus, 22 jaar geleden was hij nog keukenhulp bij de McDonalds. ‘Op zaterdag en in de vakanties,’ zo staat op zijn LinkedIn-profiel. Later werkte hij bij makelaarskantoren, en richtte zijn eigen bedrijf op: ingenieursbedrijf Bosons. De stap naar de politiek kwam 11 jaar geleden: hij werd Statenlid in de provincie Utrecht. In 2021 kwam hij in de Tweede Kamer, waar hij vooral bekendheid vergaarde op het stikstofdossier. Maar zijn hart lag altijd al bij defensie.

In 2019 werd Boswijk reserveofficier bij de Koninklijke Landmacht. Van die functie moest hij afstand doen toen hij bewindspersoon werd. ‘Dat deed een beetje pijn, maar op zich begrijp ik het wel. Je kunt niet én militair zijn, én de verantwoordelijke bewindspersoon voor de krijgsmacht.’ Zijn ervaringen bij defensie motiveerden hem om zich in te zetten voor een sterker leger. ‘Als reservist zag ik hoe bezuinigingen invloed hadden op de werkvloer. Als je sommige kazernes zag… Dat was echt om te janken. Het was een intrinsieke motivatie om iets te betekenen voor defensie. Ik had het al over veiligheid toen het nog niet sexy was.’

Op dit moment is er aan dreiging geen gebrek. Oorlog op het Europese continent, Russische sabotage en cyberdreiging, een Amerikaanse bondgenoot die minder voorspelbaar is dan voorheen en een NAVO die onder druk staat. Daarbij moet defensie groeien in een land waar woningbouw, landbouw, natuur, industrie en omwonenden vechten om de beschikbare ruimte.

Boswijk wil daarom voorkomen dat het draagvlak alleen leunt op de actualiteit. ‘Natuurlijk hoop je dat alle ellende zo snel mogelijk naar de achtergrond verdwijnt, hoewel ik dat niet verwacht. Maar het risico is levensgroot dat mensen dan denken: nou, dan kunnen we weer gaan bezuinigen op defensie. Dus zie ik het ook als mijn taak om ervoor te zorgen dat het draagvlak niet slechts leunt op de actualiteit.’

Derk Boskwijk (Woerden, 1989). Was voor zijn politieke loopbaan onder meer ondernemer, projectontwikkelaar en reservist bij de Koninklijke Landmacht. Kwam in 2021 voor het CDA de Tweede Kamer, waar Defensie al snel een van zijn vaste onderwerpen werd. Sinds februari 2026 staats­secretaris van Defensie in kabinet-­Jetten. Is getrouwd en heeft drie dochters.

Toch zet de krijgsmacht de actualiteit geregeld in om de eigen relevantie te benadrukken. Twee dagen voor het interview kwam het bericht naar buiten dat de Nederlandse krijgsmacht tijdens de oefening Fighter Lion een scenario repeteert waarin ‘tweehonderd Russische krijgsgevangen moeten worden bewaakt’. Is het niet een beetje potsierlijk om in Nederland een scenario te simuleren met een land waarmee we niet direct in oorlog zijn? Boswijk moet er even over nadenken. ‘Ja, ik begrijp die vraag wel. Tegelijkertijd denk ik dat we niet naïef moeten zijn.’

Doorgaans oefent het Nederlandse leger tegen een denkbeeldige vijand. Boswijk: ‘Het had inderdaad neutraler gekund,’ zegt hij. ‘Maar ik denk dat iedereen het wel begrijpt. We hebben het heel vaak over potentiële conflicten… Nee, laat ik het anders formuleren: het zijn vooral president Vladimir Poetin en Dmitri Medvedev, de oud-premier van Rusland, die de afgelopen vijf jaar elke gelegenheid gebruiken om te zeggen dat Europa de volgende is.

‘De kans op Russische tanks in Nederlandse straten acht ik niet heel groot, nee. Maar als je kijkt naar de speldenprikken bij het NAVO-grensgebied, denk ik dat de kans dat de NAVO in oorlog komt met de Russen zeer reëel is.’

Op de dag van het interview in Hôtel d’Avaray is Boswijk 113 dagen staatssecretaris. Na de symbolische grens van honderd dagen te hebben gepasseerd als bewindspersoon, plaatste Boswijk op zijn sociale media: ‘Verantwoordelijk voor wat fout gaat. Dankbaar voor de duizenden collega’s die ervoor zorgen dat vrijwel alles goed gaat.’

Boswijk is duidelijk trots op ‘zijn’ krijgsmacht. Als staatssecretaris is hij onder meer verantwoordelijk voor de modernisering en uitbreiding van het leger. Een van zijn grote dossiers is het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie – een ingrijpend uitbreidingsproject waarvan de gevolgen de komende jaren door heel Nederland zichtbaar zullen worden. Dan helpt het uiteraard niet als defensie de heide bij ’t Harde in lichterlaaie zet, zoals eind april gebeurde.

Boswijk betreurt de brand nog altijd. ‘Het is mijn verantwoordelijkheid. Daarom heb je mij ook meteen gehoord. Ik heb direct contact gehad met alle betrokken burgemeesters. Dat kun je zo navragen. We zijn gestopt met oefenen bij een verhoogd risico op natuurbranden. We moeten er alles aan doen om dit te voorkomen, maar tegelijkertijd kan ik nooit helemaal uitsluiten dat zoiets opnieuw gebeurt.

‘Besturen is leed veroorzaken.’ Boswijk refereert aan een uitspraak van CDA-coryfee Ernst Hirsch Ballin. ‘Wij hebben als defensie de taak niet alleen de halleluja-kant te benoemen en vervolgens de slechte kanten krampachtig te camoufleren. Ja, er gaan dingen mis. Maar veel gaat ook goed. De dag na de brand in ’t Harde ging ik naar Naturalis voor een presentatie over biodiversiteit, er komen heel veel bedreigde insecten en vogels voor op defensieterrein. Defensie en natuur gaan eigenlijk heel goed samen.’

Een dag later, in de snikhete hallen van het Parc des Expositions – ongeveer drie keer zo groot als de Amsterdamse RAI – draait defensiebeurs Eurosatory op volle toeren. Tanks, raketten, drones, aanvalsgeweren, laserafweer – alles staat er. De beurs noemt zichzelf het wereldwijde ijkpunt voor land- en luchtgebonden defensie. Met duizenden exposanten, honderden delegaties, en hallen vol militair materieel gedraagt iedereen zich daar ook naar.

Boswijk beweegt zich met zijn delegatie vliegensvlug door de beurshal, flesje water in de hand, van afspraak naar afspraak. ‘Het perfecte inwerkprogramma voor mij.’ Aan het begin van beurshal 6 staat het – vergeleken met andere landen – karige paviljoen van de Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIDV). De stands waren al maanden uitverkocht. Sommige Nederlandse exposanten kunnen hun innovaties slechts tonen op één poster.  

Ondernemers zijn blij – en ook een beetje trots – dat Boswijk langskomt bij hun stand. Ze schudden handen en maken foto’s voor de socials. Maar er klinkt ook gemopper. ‘Mensen lopen soms zo voorbij, ze hebben niet eens door dat hier bedrijven staan.’ En, zegt iemand: ‘Die contracten mogen ook wel eens doorkomen.’ Boswijk heeft namens Defensie miljarden te besteden, maar met deze ondernemers is nog geen deal gesloten, zo lijkt het.

Boswijk begrijpt het ongeduld. Iedereen gaat ervan uit dat hij op een zak geld zit. ‘The sky is the limit, denken veel mensen. Maar het is nog steeds delen in schaarste.’ Als hij aan zijn commandanten vraagt wat er allemaal nodig is om de dreiging het hoofd te bieden, komt er volgens hem een boodschappenlijst van 80 miljard euro op tafel. Dat geld heeft hij niet.

Derk Boswijk in Parijs, Hotel d’Avaray
15 juni 2026

In 2026 is het Defensiebudget opgelopen tot 26,8 miljard euro. Dat komt boven op de miljarden die sinds de Russische inval in Oekraïne zijn vrijgemaakt: 5 miljard euro structureel in 2022 en later nog eens 2,4 miljard euro uit het Hoofdlijnenakkoord van het kabinet-Schoof.

Niet elk defensiebedrijf is meteen van nationaal belang, vindt Boswijk. ‘Soms zie ik nieuwe ideeën voorbijkomen en denk ik echt: sorry, maar dit is helemaal niet uniek. Dit kan je in elke bouwmarkt kopen.’

De komende jaren zullen volgens hem dan ook defensiebedrijven omvallen, hoe vreemd dat ook klinkt in een tijd waarin er juist zo veel extra geld naar defensie gaat. Maar Boswijk wil niet elk bedrijf redden dat zich strategisch noemt. ‘Niet elk defensiebedrijf dat mij belt, is uniek.’

De Rekenkamer was eind mei kritisch op de uitgaven van Defensie: 4,4 miljard euro heeft het ministerie niet goed genoeg verantwoord. Boswijk vindt dat die kritiek serieus moet worden genomen, maar hij is geïrriteerd door het beeld dat het geld geen veiligheid zou hebben opgeleverd. ‘Daar gaat de Rekenkamer niet over, daar erger ik mij wel aan. De munitievoorraden zijn toegenomen, er wordt meer geoefend en op de werkvloer is echt een wereld van verschil merkbaar.’

Of hij al miljarden heeft uitgegeven vandaag? ‘Nee, maar er zijn wel ijzers in het vuur gelegd. Het is fijn om elkaar hier een-op-een te spreken,’ zegt Boswijk lopend langs de Leopard-tanks van de Frans-Duitse fabrikant KNDS. ‘Als we in Nederland zeggen: de Franse overheid doet moeilijk, kunnen we ze direct bij het gesprek betrekken.’ Hier is het slechts een paar minuten lopen naar talrijke hoogwaardigheidsbekleders. En als de Franse staatssecretaris van Defensie in september naar Nederland komt en er is iets nog niet geregeld, dan heeft Boswijk alvast een agendapunt.

‘Het Engels van de Fransen is niet altijd even goed te verstaan,’ zegt Boswijk na weer een bilateraaltje. ‘Dan zeg je “oui“, en is het opeens 30 miljard euro. En nog een keer “oui“, en is het 40 miljard euro.’ Hij kan erom lachen, maar de beurs laat ook zien hoe de verhoudingen liggen. ‘Moeilijk, moeilijk, moeilijk,’ zegt hij over samenwerken met de Fransen. ‘Fransen willen uit traditie toch vaak veel voor zichzelf houden.’

Hij ziet ook beweging. Als Europa echt wil opschalen, kan geen land alles zelf. ‘De Fransen hebben niet alle kennis en ook niet de productiecapaciteit. Dus je moet gewoon slimme coalities bouwen.’

Boswijk is ook druk met de Verenigde Staten. Als Kamerlid vroeg hij om een specifieke Amerika-strategie, omdat Nederland te vaak werd overvallen door wat er in Washington gebeurde. Als staatssecretaris klinkt hij nog steeds kritisch, maar ook pragmatisch. ‘Ik ga niet mee in het beeld van: ik wil niks meer met de Amerikanen te maken hebben. De Amerikanen zijn gewoon onze belangrijkste bondgenoot.

‘Wij hebben 35 jaar lang niet geïnvesteerd. Zij wel. Dus laten we stoppen met afgeven op de Amerikanen en die energie steken in stappen zetten.’ Volgens Boswijk betekent dat: kopen wat nodig is, ook als het Amerikaans is. En tegelijk Europese alternatieven bouwen. ‘Als Nederland over tien jaar terugkijkt en moet concluderen dat alle spullen zijn gekocht, maar alle afhankelijkheden zijn gebleven, is dat een flater.’

Bij het Nederlandse paviljoen wordt ook gesproken over het ‘gouden aandeel’ – een uitspraak waar Boswijk begin juni het landelijke nieuws mee haalde. Hij wil voorkomen dat cruciale kennis uit Nederland verdwijnt en ze met een ‘gouden aandeel’ in het bedrijf hier houden. Zo’n aandeel geeft de staat het recht om een verkoop of overname te blokkeren.

Maar hij begrijpt dat ondernemers huiverig zijn voor staatsbemoeienis. Op het NIDV-paviljoen wordt het gekscherend de ‘gouden enkelband’ genoemd. Heeft de staatssecretaris al een bedrijf op het oog? ‘Daar ga ik niks over zeggen,’ zegt Boswijk resoluut.

Aan het einde van de middag wordt Boswijk geacht een korte speech te geven bij het Nederlandse paviljoen. ‘Ik houd het gewoon kort en doe het uit m’n hoofd,’ zegt hij tegen zijn militair adjudant. Dan hoort hij dat het in het Engels moet. ‘Oh, nou okay, komt wel goed.’ En inderdaad – moeiteloos houdt Boswijk een praatje dat op een applaus kan rekenen.

Even later zitten we in een klein hokje om de dag door te spreken. ‘Ik kan wel een half uur gaan staan speechen, maar iedereen wil hier natuurlijk gewoon aan het bier,’ zegt Boswijk. ‘En terecht.’

Defensie zou bestaan uit vredesactivisten. Al het zware wapengekletter wordt aangekocht in de hoop dat het nooit wordt gebruikt, klinkt het dikwijls bij de krijgsmacht. Na een dag tussen ­drones, raketten en pantservoertuigen ligt de vraag voor de hand: is Boswijk ook vredesactivist geworden? ‘Dat was ik al.’ 

LEAVE A RESPONSE

Your email address will not be published. Required fields are marked *