Schrijver en historicus Martin Sommer over wat Wim Kok niet wilde weten, net als PRO een kwarteeuw later.
Bram Peper (1940-2022), voorheen burgemeester van Rotterdam, heb ik eens bezocht in zijn penthouse-achtige flat, met een schitterend uitzicht over de havenstad. Ik schrok want hij was slecht ter been, en de flat was stoffig, met een zitbank volgeladen met boeken en rapporten, en een lege koelkast. Een huis van een oude man alleen, maar Peper kon zeker nog gloedvol praten over de toestand in de Partij van de Arbeid.
Tien jaar geleden stelde hij een artikelenbundel samen getiteld Haalt de PvdA 2025? Ik mocht daar een stuk in schrijven. De titel was uiteraard een ironische variant op het boek Haalt de Sovjet-Unie 1984?, van de Russische dissident Andrej Amalrik.
Amalrik mikte zeven jaar te vroeg. Het communistische experiment ging in 1991 ter ziele. Peper zat er maar een jaar naast. De PvdA heeft het eind van 2026 niet gehaald.
Zelf heeft Peper de versmelting met GroenLinks tot PRO niet meer meegemaakt, hij overleed vier jaar geleden. Na zijn Rotterdamse burgemeesterschap was Peper minister van Binnenlandse Zaken in het tweede kabinet-Kok (1998-2002).
Hij was van oorsprong socioloog, en zag al vroeg het broeiende onbehagen dat omstreeks diezelfde tijd werd opgepikt door Pim Fortuyn. Peper schreef er een stuk over voor de ministerraad, onder de noemer Op zoek naar samenhang en richting. Het kabinet zou er in het Catshuis over praten, tijdens een zogeheten benen-op-tafel-sessie. Toen gebeurde iets merkwaardigs. Premier Kok blies de bijeenkomst af en de collega-ministers kregen het papier van Peper niet onder ogen.
Kok kon klaarblijkelijk, vertelde Peper me in zijn flat, de slechte voortekenen niet verdragen. Peper had zijn essay nota bene op verzoek van de minister-president geschreven. Later verscheen het alsnog, in het blad S&D. Met de kennis van nu is het geen schokkend verhaal.
Peper beschreef de individualisering die tot gezagsverlies leidde bij de traditionele politiek, en tegelijk tot een hunkering naar houvast. Anno 2026 is er veel veranderd maar ook veel hetzelfde gebleven, voorop de linkse onmacht om onder ogen te zien wat eraan schort, in de samenleving en de eigen partij.
De leiding van PRO doet er alles aan om te bewijzen dat de fusie geen vijandige overname van de PvdA door GroenLinks is geweest. De jonge partij grijpt terug op oude economische tegenstellingen, en probeert zo de woke-gedachten weg te moffelen die links zoveel schade hebben gedaan. Voorheen had de PvdA het over de allerarmsten, nu ziet PRO zijn opdracht in het aanpakken van de allerrijksten.
Partijleider Jesse Klaver spreekt graag over ‘gewone mensen’ en nummer twee Marjolein Moorman vertelde in NRC gloedvol over schulden en het schuldgevoel daarover.
Maar Moorman noch Klaver gaf antwoord op de vraag waarom GroenLinks-PvdA ook in combinatie vooralsnog niet verder is gekomen dan twintig Kamerzetels. Klaver, in de Volkskrant: ‘Soms heb je pech en lukt iets niet. Dat wil niet zeggen dat het idee niet goed was.’ Pech is niet het scherpste mes uit de analytische bestekbak.
Mijn stuk in die bundel van Peper had als kop ‘Links zijn is niet goed genoeg’. Ik schreef over het Amerika waar Donald Trump net voor het eerst was gekozen als president.
In de jaren voordien was al een reeks wanhopige progressieve boeken verschenen over de kwestie waarom arbeiders rechts stemden in plaats van links zoals het betaamde. Een van die boeken ging over de arme staat Kansas, altijd een Democratisch bolwerk tot de Republikein George W. Bush er in het jaar 2000 won.
Eigenlijk was dat onmogelijk, aangezien de Democratische Partij opkwam voor de armen, de werkers, de zwakkeren en de slachtoffers. De auteur kon de afkeer van links niet anders begrijpen dan een vergissing van mensen die hun eigen belang niet zien – tegenwoordig samengevat als domrechts.
Ik herlas het stuk en dacht aan het boeiende debat op de sociale media tussen politicoloog Catherine de Vies en journalist Jesse Frederik van de Correspondent. De Vries publiceerde onlangs het boek De symfonie van onvrede, met als strekking dat de opkomst van het rechtse populisme het gevolg is van de afbraak van publieke voorzieningen. Immigranten zijn de gebeten hond, maar de werkelijke oorzaak van de onvrede zit in de achteruitgang die burgers in hun dagelijks leven meemaken.
Gewone mensen hebben al jaren genoeg van multiculturalisme en migratie
De Vries oogstte bewondering maar Jesse Frederik vroeg zich, terecht in mijn ogen, af waarom mensen zich druk maken over de islam of asielzoekers, als ze eigenlijk bedoelen dat de bibliotheek dichtgaat of de bushalte is verdwenen.
De Vries kwam er niet uit en begon over de methodologische missers van Jesse Frederik en zijn gebrek aan respect voor de wetenschap. Mij leek haar boek de zoveelste beschouwing over het valse bewustzijn van gewone mensen, die zich door rattenvangers in de luren laten leggen.
Net als Catherine de Vries wil ook Progressief Nederland terug naar de werkelijke tegenstellingen. Jesse Klaver zei in het Volkskrant-interview dat ‘rechtse politici culturele verschillen uitvergroten, terwijl ondertussen al onze sociale zekerheden worden afgepakt’.
Wie luistert naar gewone mensen, hoort dat ze al jaren genoeg hebben van multiculturalisme en migratie, en vooral van het gekoeioneer door politici die vertellen wat ze over diversiteit en inclusie moeten vinden. Wim Kok wilde in 1999 niet praten over het onbehagen, en een kwarteeuw later is PRO op de keper beschouwd nog geen steek verder.
Waar het toe leidt, leert de neergang van de SP. Vorig jaar beleefde de partij een nieuw dieptepunt met het halen van drie Kamerzetels, ondanks Jimmy Dijk, op en top de gewone man, afgezakte spijkerbroek, hand in de zak, soms hemd uit de broek.
En altijd boos op het neoliberalisme. Bij de SP hadden ze lang geleden kritiek op migratie, met de brochure Gastarbeid en kapitaal uit 1983. Het kwam de partij op de beschuldiging van racisme te staan, waar ze nooit overheen is gekomen.
Als de SP in de Kamer aan het woord is over uitgeprocedeerde asielzoekers of illegale migratie, hoor je geen verschil met de luxesocialisten van GroenLinks.
Het is diepmenselijk en schitterend, en precies de reden waarom de kiezers de SP vaarwel hebben gezegd. Bij Progressief Nederland denken ze dat ze op dezelfde manier het morgenrood van een glanzende toekomst tegemoet gaan.




