Met Hans Spekman (60) kreeg de FNV een voorzitter van de harde lijn en met een dieprood hart. Het minderheidskabinet-Jetten is gewaarschuwd. Spekman vindt de plannen om de sociale zekerheid te versoberen ‘helemaal geen goed begin’ en zelfs ‘bloedirritant’.
Hans Spekman koopt af en toe een fles bessenjenever. Hij houdt van de geur. Die herinnert hem aan het eerste afspraakje dat hij had met zijn vrouw Muriël, dik 35 jaar geleden. Ze dronk ‘bessen’ in het café. ‘Ik durfde niet zoveel tegen haar te zeggen, maar onze pinken raakten elkaar. Ik ben met haar meegegaan en een week bij haar gebleven.’
Tot hij Muriël ontmoette, was hij ‘gefascineerd door de schaduwkant van het leven’. Hij zocht die op. ‘Ik denk omdat ik die schaduwkant probeerde te snappen. Naar kroegjes gaan, gesprekken voeren, biertjes drinken, waarschijnlijk dronk ik ook te veel in die tijd. Het leven ontdekken vond ik interessanter dan leren.
‘Ik was opstandig. Ik studeerde een tijdje milieukunde aan het hbo in Deventer, net voordat Pieter Winsemius minister werd. Ineens werd het vak modieus. Mensen wilden er geld aan verdienen in plaats van dat ze zich zorgen maakten. Ik had nog een toelatingsexamen moeten doen om te zien of ik gemotiveerd was.’ Hij voerde actie tegen dat opportunisme, maar dat liep op niks uit. ‘Krijg allemaal maar het heen en weer, dacht ik, dan stop ik gewoon.
‘Die opstandigheid had niets met de puberteit te maken. Ik heb gewoon nijd in mijn lichaam. Van jongs af aan, door wat ik thuis meemaakte en om me heen zag.’
Spekman was één toen zijn vader, een timmerman, aan kanker overleed. Zijn moeder moest het gezin (drie dochters en nakomertje Hans) met een karig weduwepensioen runnen. Een van zijn zussen, Barbara, raakte verslaafd aan de heroïne, deed zelfmoordpogingen en dat ‘verscheurde’ het gezin.
‘Ik heb haar dood gewenst, maar hield zielsveel van haar. Ik was niet kwaad op haar, wel op de psychiatrie van toen. Ze kreeg ook shocktherapie en daar moest de hele familie bij zitten. Dat was destijds in zwang.
‘Als jochie van negen, tien, zag ik hoe mijn zus lag te schokken. Toen ik net wethouder in Utrecht was met verslavingszorg in mijn portefeuille, moest ik wennen. Ik heb met psychiaters en psychologen afgesproken en gezegd dat ik ze diep wantrouwde.
‘We zijn allemaal anders omgegaan met de dood van mijn vader. Barbara raakte verslaafd. Baradina schoot in de zorgreflex. Anneke had de neiging om te vluchten. Ik was boos. Als jonge jongen sloeg ik vaak met mijn hand tegen de muur. Of ik kroop met onze kat onder de tafel. Dat was een veilige plek. Een kleine ronde tafel met een Perzisch kleed eroverheen. Die staat nu in mijn huis.’
De politiek ingaan, bleek een goede manier om de nijd te kanaliseren. ‘Ik kon er iets mee: onrecht recht zetten.’ In 1995 werd hij namens de PvdA gemeenteraadslid in Utrecht. Het wethouderschap volgde zes jaar later. ‘Een van de meest bevredigende resultaten uit die periode is dat ik erin ben geslaagd om 1.200 junkies en daklozen, die in hun eigen poep en pies sliepen, weer mens te laten zijn.’
Spekman zorgde voor opvang en verstrekpunten. Hij zei eens dat de uitgemergelde lichamen van de junks hem aan zijn zus Barbara deden denken en dat hij ook daarop acteerde. Wat hij in zijn leven meemaakte, is de leidraad bij veel van wat hij in zijn werk doet.
Barbara, Baradina en Anneke stierven alle drie aan kanker. Moeder is er ook niet meer. Maar ze zijn altijd bij hem. Het gezin was hartstikke rood. Zijn opa was een van de oprichters van de SDAP, de voorloper van de PvdA, in Zevenhuizen, het Zuid-Hollandse dorp waar Spekman werd geboren.
‘Als ik iets doe, dan doe ik dat in eerste instantie omdat ik er zelf hartstochtelijk in geloof. Maar in de uitvoering kijken mijn moeder en zussen mee. Dan hoor ik kleine stemmetjes in mijn hoofd. Ik probeer het goede te doen, ook volgens hun normen. Mijn moeder zette weleens iemand het huis uit. Die vond ze een salonsocialist. Die sprak zo laatdunkend en denigrerend over mensen, vond ze.’
Op 1 mei trad Spekman aan als voorzitter van de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV). Hij stelt zich tot nu toe hard op. Wat zouden zijn moeder en zussen vinden van zijn optreden? ‘Ik denk dat ze me zouden aanmoedigen om me nog harder op te stellen.’
Eind juni was onder zijn aanvoering de eerste landelijke staking tegen de plannen van het kabinet-Jetten om de sociale zekerheid te versoberen. Dat terwijl D66-minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid namens dat kabinet al had aangegeven dat in elk geval de verhoging van de AOW-leeftijd van tafel is. En over het verkorten van de duur van de WW-uitkering en hervormingen in het arbeidsongeschiktheidsstelsel (WIA) valt met het kabinet te praten, aldus Vijlbrief.
Spekman had de minister een complimentje voor die stap kunnen geven en de onderhandelingen in kunnen gaan. ‘Een goed begin, zeg je? Ik vind het helemaal geen goed begin. En ik wil dat iedere Nederlander weet dat het niets voorstelt.
‘Voor de buitenwereld lijkt het misschien een redelijke zet van het kabinet, maar dat is het niet. Het kabinet pakt eerst iets af van mensen en geeft dat vervolgens terug. Bovendien laat het de miljardenbezuinigingen op de begroting van Sociale Zaken staan. En maar in dat neoliberale theorietje blijven hangen dat je mensen moet prikkelen, omdat ze dan meer hun best doen. Mensen zijn niet lui. Ik vind dat theorietje lui.
‘Er is geen probleem met de houdbaarheid van de sociale zekerheid. De premiepotten voor de WW en de WIA lopen over. Die premies zijn betaald door werkgevers en werknemers. De rechten worden intussen ingeperkt; vooral jongeren en mensen met flexcontracten worden geraakt. Ik snap dat iedere werkgever en iedere werknemer daar chagrijnig van wordt. Dat is bloedirritant.
‘Dit kabinet heeft een ander probleem. Eerst waren er twee partijen aan het vrijen en die hadden oplossingen bedacht voor de houdbaarheid van onze financiën. Daarna kwam er een derde bij, de VVD. Plots was de beperking van de hypotheekrenteaftrek van tafel. Op een achternamiddag werd box 3 weggegeven door minister Eelco Heinen. Toen bleven besparingen in de sociale zekerheid en zorg over.

‘Dat zijn politieke keuzes. Je kunt ook andere maken om de defensie-uitgaven te financieren. Zoals het begrotingstekort laten oplopen. Dat mag van Europa. Heel veel landen doen dat ook.
‘De hypotheekrenteaftrek beperken hoeft voor mij niet. Dat is het stokpaardje van de VVD en gaat niet gebeuren. Ik wil het wel noemen om te plagen. Waarom? Omdat ik word doodgegooid met het verwijt dat ik geen rekenschap geef aan de financiële houdbaarheid. De hypotheekrenteaftrek heeft veel meer effect op die houdbaarheid. Maar dat hoor je niet.
‘Ik heb wel tact, ik polder al mijn hele leven. Ik houd alleen niet van omfloerst taalgebruik. Zeggen dat we gaan hervormen, terwijl we eigenlijk gaan bezuinigen. Ons land is op plechtigheid gebouwd. We doen dingen omdat dat nu eenmaal hoort. Zo ben ik niet. Ik zou gek van mezelf worden.’
De FNV is de grootste vakcentrale met bijna 900.000 leden bij de aangesloten bonden. De andere vakcentrales (het CNV en de VCP) vertegenwoordigen samen zo’n 500.000 leden. In Nederland zijn er een kleine 10 miljoen werkenden. Dat de vakbonden niet representatief zouden zijn, betwist Spekman. ‘Dat roept rechts.’
Hij trad met een nieuw bestuur aan na jaren van interne ruzie bij de FNV. ‘Als ik iets belangrijk vind, dan vind ik dat belangrijk. De vakbond is van groot belang voor de samenleving. Juist daarom wil ik dat in orde brengen en moet het geruzie stoppen.’
De afgelopen maanden kon de FNV 55.000 nieuwe leden verwelkomen, van wie de helft jonger is dan 35 jaar. Het Spekman-effect? ‘Mensen worden lid als ze goed worden geholpen. Dat staat los van mij, want daar heb ik geen drol mee te maken. En ons kader is belangrijk, de mensen op de werkvloer. Zij zorgen ervoor dat anderen lid worden. We hebben een enorme toename van leden gehad onder apothekersassistenten. Die hebben zich georganiseerd om te knokken voor een goede cao.
‘Een kabinet-Jetten-effect? Ik hoop het niet. Ik zit niet te wachten op een cadeautje van een minderheidskabinet met idioot beleid. Dan heb ik liever een verstandig kabinet en minder ledengroei.
‘Ik ben dit ook gaan doen, omdat ik me echt grote zorgen maak over het afnemende vertrouwen van mensen in het collectief. Wij moeten, ook als FNV, bewijzen dat mensen niet alleen staan, dat ze dat vertrouwen kunnen hebben. Anders wordt de maatschappij steeds individualistischer en is de woede voorlopig niet uitgeraasd.’
Vóór de FNV was Spekman directeur van het Jeugdeducatiefonds dat hij vanaf 2018 opzette – een jaar na zijn vertrek als partijvoorzitter van de PvdA. Dat fonds werkt samen met zo’n 1.250 basisscholen waarop veel kinderen zitten die in armoede opgroeien. En het regelt maaltijden voor leerlingen op honderden scholen, ook in het voortgezet onderwijs.
Hij vertrok er met pijn in zijn hart. Van zijn moeder en zussen zou hij voor zijn werk bij het Jeugdeducatiefonds ‘alleen maar applaus krijgen’, weet hij. De methodiek bij het fonds is direct en pragmatisch. Kinderen die een laptop nodig hebben, krijgen die. Geen moeilijke vragen over het inkomen van ouders.
‘Dat vertrouwen heeft met mijn mensbeeld te maken, maar ook met de kosten. Veel geld voor armoedebestrijding blijft ergens plakken. Een systeem van inkomens bijhouden, is duur. Ik heb een alternatief bedacht. De scholen waarmee we samenwerken, zijn gecertificeerd. Als zij kunnen aantonen dat meer dan de helft van hun leerlingen in armoede opgroeit, waarom zou ik dan twijfels hebben over een aanvraag?’
Spekman had bij het fonds liever met private financiers als bedrijven en stichtingen te maken. Bij overheidssubsidies ligt bevoogding op de loer. ‘Als ik ergens de pest aan heb, is het dat. Veel scholen waarmee we samenwerken, krijgen geld van de gemeente voor maaltijden. Sommige gemeenteraden willen precies voorschrijven wat er gegeten moet worden. Het ene raadslid wil vegan, een ander wil dit, een volgende dat. Bij scholen zeiden ze vaak: als we het zelf regelen, kan het drie keer zo goedkoop, is iedereen veel gelukkiger en is het eten ook nog gezonder.’
Bij het oprichtingscongres van PRO medio juni was hij een van de sprekers. Spekman maakte bekend dat hij lid was geworden. Eerder gold hij als tegenstander van de fusie van de PvdA en GroenLinks. Hij ‘blijft mopperen’, zei hij, dat wel. ‘Ik wil een politiek huis hebben. En als je veranderingen wilt, moet je die van binnenuit proberen te realiseren.
‘Ik merkte bij het congres dat de partij de sociaal-economische strijd echt wil aangaan. Dat vind ik belangrijk, omdat dat een strijd is waarin mensen – dwars door sociale en culturele diversiteit heen – elkaar kunnen vinden.’
Hij heeft er alle vertrouwen in dat PRO die strijd gaat voeren, maar er is een risico. ‘Het GroenLinks-electoraat is hoog opgeleid. Er zitten wel wat mensen bij met minder geld, maar dat zijn vaak studenten. Mijn angst was en is nog steeds wel dat de achterban van de nieuwe partij monotoner wordt. Een politieke beweging heeft altijd de neiging dat ze naar haar electoraat toeschuift.
‘Dan kom je vooral tegemoet aan de wensen van de mensen die op je stemmen en dreig je je idealen te verliezen, en de ambitie om mensen met al die verschillende opleidingen en welvaartsniveaus bij elkaar te brengen. Je verliest het zicht. Vanuit een soort solidariteitsgevoel doe je dan dingen die er net naast zitten. Daarvoor moeten we waken.’
Kort na het overlijden van zijn zus Anneke, in 2017, kreeg Muriël te horen dat ze uitgezaaide longkanker had. Ze had nog een half jaar te leven, was de boodschap. Zijn leven stortte in. ‘Ik lag helemaal in de kreukels. Het was te veel. Het eerste wat ik heb gedaan toen we dat nieuws kregen, is alle slingers wegpleuren. Ik vier nooit meer mijn verjaardag, dacht ik, krijg maar de schijt.’
Muriël was de sterkste. Ze hielp hem overeind. Wonder boven wonder sloeg de behandeling aan. ‘Als dat niet was gebeurd, dan had ik hier nu niet gezeten.’ Hun drie kinderen zijn 28, 24 en 20. ‘Het eerste chagrijn dat Muriël had na dat nieuws, was in het tuincentrum waar we plantjes gingen kopen. We zagen een bejaard stel en die mensen hadden een kleinkind bij zich in een buggy.
‘Ze keken nauwelijks om naar het kind. Muriël werd boos en dacht: ik ga dat niet meemaken en zij doen niets met dat kind. Als we kleinkinderen krijgen, zou het mooi zijn als we dat samen kunnen beleven. Zoals het er nu naar uitziet, gaat dat lukken, ja. Ik hoop het.’
Hans Spekman
(Zevenhuizen, 1966). Deed diverse studies (hbo-milieukunde, wijsbegeerte en politicologie aan de Universiteit van Amsterdam), maar maakte die niet af. Werd in 1995 namens de PvdA gemeenteraadslid in Utrecht, daarna wethouder en Tweede Kamerlid. Van 2012 tot 2017 partijvoorzitter. Werd in 2018 directeur van het Jeugdeducatiefonds. Sinds 1 mei jongstleden is Spekman FNV-voorzitter.




