Minister Boekholt schrijft haar verleden anders op: waarom ligt haar Defensie-verleden onder vuur?
News

Minister Boekholt schrijft haar verleden anders op: waarom ligt haar Defensie-verleden onder vuur?

In februari trad Elanor Boekholt-O’Sullivan namens D66 aan als minister van Volkshuisvesting. Maar de druk op haar positie neemt inmiddels flink toe vanwege haar veelbesproken Defensie-verleden. Eerder schreef NieuwRechts al hoe Boekholt de rehabilitatie van klokkenluider Victor van Wulfen, waartoe Defensie na een vernietigend integriteitsoordeel was gehouden, juist zou hebben tegengewerkt.

Nu ligt een tweede klokkenluidersaffaire tijdens Boekholts commandantsperiode onder het vergrootglas. Ditmaal is niet Van Wulfen de melder in de zaak, maar het gaat wél om dezelfde vliegbasis Eindhoven. Sterker nog: het draait zelfs om hetzelfde onderdeel, het 336 squadron, met grotendeels dezelfde spelers als in de zaak-Van Wulfen.

De tweede klokkenluidersaffaire is minstens net zo omstreden. Eind vorig jaar publiceerde Boekholt haar levensverhaal Gewapend met gevoel, met een heel hoofdstuk over de affaire die haar als commandant van vliegbasis Eindhoven bijna de das om deed. Zij is er de eenzame held. Maar de documenten die NieuwRechts inzag — onderzoeksrapporten, verklaringen onder ede, het oordeel van het Huis voor Klokkenluiders en haar eigen mails — vertellen een ander verhaal. Het gaat over een klokkenluider die alles aankaartte, maar als enige ervoor bloedde. En over een minister die dat verhaal inmiddels acht jaar lang stukje bij beetje mooier maakt.

De nieuwkomer
Het begon met een nieuwkomer. De klokkenluider die de bal aan het rollen bracht, was een onderofficier die nog niet zo lang daarvoor was overgekomen van de marine — zijn oude onderdeel was opgeheven — en binnen de luchtmacht nooit echt was omarmd. Geen jarenlange vriendschappen, geen opgebouwd krediet, geen ons-kent-ons dat hem later de hand boven het hoofd zou houden. Toen zijn commandant hem begin 2016 aansprak op zijn foutieve reisdeclaraties naar vliegbasis Eindhoven, sloeg de vlam in de pan. Iedereen sjoemelde met declaraties, hield hij zijn meerderen voor — dus waarom werd uitgerekend hij eruit gepikt?

Hij luidde de bel over de verkeerde declaraties van zijn collega’s. Maar toen toenmalig commandant Boekholt niets deed met zijn signalen, zag de klokkenluider zich feitelijk gedwongen om een lijst van tien vermeende misstanden op tafel te leggen. Van alle tien deed Boekholt aangifte op verzoek van haar bovengestelde generaal. Maar twee misstanden zouden echt blijven kleven.

De feestvlucht
De eerste was een joyriding-vlucht die bronnen bij NieuwRechts ronduit omschrijven als een “feestvlucht”. Op 21 november 2014 steeg een militaire C-130 Hercules op vanaf Eindhoven, met een Italiaanse bestemming waar nog nooit eerder een Defensie-toestel was geland. Het ging om het kleine burgervliegveld van Perugia, midden in het Italiaanse heuvelland, vakantiegebied bij uitstek. Ter plaatse stond een huurauto klaar, netjes betaald met de creditcard van Defensie. Het toestel vloog dezelfde dag weer terug naar Eindhoven om na drie dagen de kleine groep weer op te halen.

Officieel heette dit een trainingsvlucht. In werkelijkheid, melden bronnen aan NieuwRechts, ging het om een lang feestweekend in het vakantiehuis van een van de militairen; het woord “teambuilding” viel pas achteraf toen er vragen kwamen. Alleen al de brandstof voor de heen- en terugvlucht kostte volgens het Huis voor Klokkenluiders tussen 100.000 en 150.000 euro. De interne onderzoekscommissie slikte de trainingsvlucht voor zoete koek. Het Huis zou er later gewoon een misstand in zien.

De tweede misstand was structureler en verraderlijker. Sommige militairen die in Hoofddorp op cursus zaten, declareerden dagelijkse autoritten van huis naar de cursus en terug — ritten die ze nooit maakten. Eén militair was zelfs met het Openbaar Vervoer naar de cursuslocatie gekomen, maar declareerde alsof hij met de auto de dagelijkse ritten maakte. 

Met het opgestreken geld sliepen deze militairen in een hotel in Hoofddorp. En het gebeurde op grote schaal: het Huis voor Klokkenluiders stelde vast dat “ten minste” zeventien militairen jarenlang zo declareerden. Dat waren geen losse gevallen — het ging om vliegers en boordwerktuigkundigen, de cockpitbemanning van het 336 squadron, van wie er in totaal zo’n 35 waren. Ondertussen waren er in de nabije omgeving (Amsterdam en Badhoevedorp) gewoon gratis legeringsfaciliteiten van Defensie aanwezig.

Zeventien fraudeurs is dus grofweg de helft van de vliegende staf. Zulke declaraties konden bovendien maar door een handjevol leidinggevenden worden afgetekend, de “010-functionarissen” uit het organogram. Dat het jaren zo kon, maakt onwaarschijnlijk dat de top van niets wist; het Huis oordeelde dan ook dat de leiding de valse claims met medeweten en instemming goedkeurde. Precies daarin school het probleem: wie één iemand pakte, riskeerde dat de hele reeks omviel — zodra de eerste zou hangen, zou hij de rest meeslepen.

‘Een strafrechtelijk onderzoek naar de Hoofddorp-constructie kon het voortbestaan van het hele squadron in gevaar brengen. Daarom koos Boekholt ervoor de zaak binnenskamers te laten onderzoeken.’

De kool en de geit
En dus koos Defensie ervoor de eenheid te sparen. De affaire werd binnenskamers gehouden. In plaats van de zaak over te laten aan de Marechaussee — die betrokkenen als verdachten zou horen, met advocaat en zwijgrecht — stelde Boekholt een eigen onderzoekscommissie in, met een oud-luchtmachtmilitair als voorzitter. Oftewel: de slager die zijn eigen vlees keurt.

Het Openbaar Ministerie in Arnhem gaf, zo blijkt uit interne mail die NieuwRechts inzag, in de zomer van 2016 zijn zegen aan dat interne spoor. Het resultaat liet zich raden: betrokkenen konden hun verhalen op elkaar afstemmen, en niemand van de zeventien declaranten werd ooit vervolgd. De commissie concludeerde dat niemand zich had verrijkt en sprak van een “grijs gebied”; twee leidinggevenden kwamen weg met een aantekening in hun dossier.

Het Openbaar Ministerie Oost-Nederland plaatst daar bij NieuwRechts een andere lezing tegenover. Dat Defensie eerst zelf onderzoek doet, is volgens het parket “niet ongebruikelijk”: bij vermeende integriteitsschendingen waarvan vooraf onduidelijk is of er strafbare feiten zijn gepleegd, gebeurt dat in afstemming met het OM en de Marechaussee. Op basis van dat interne onderzoek beslist de commandant vervolgens of een aangifte “in de rede ligt”, waarna het OM bepaalt of het strafrecht opportuun is. En, benadrukt het OM: is er wél sprake van een strafbaar feit, dan heeft een commandant de plicht aangifte te doen.

Zo ordelijk als het OM die route beschrijft, zo weinig ruimte kreeg de melder er zelf in. Zoals in die jaren vaker gebeurde, kreeg hij geen enkele inzage in de verslagen van de hoorzittingen. En terwijl het conceptrapport binnen Defensie rondging en werd besproken, mocht juist de man die de misstanden had aangekaart er met geen woord op reageren. Het definitieve rapport kreeg hij pas na lang aandringen in handen.

Wat de zaak extra wrang maakt, is dat Boekholt zelf allesbehalve een onpartijdige buitenstaander was. Zij was tegelijk opdrachtgever van het onderzoek én belanghebbende. Het waren de misstanden op háár basis die aan het licht kwamen — een hard oordeel zou onvermijdelijk ook op haar eigen commando terugslaan. Bovendien: een andere commandant die aangifte deed tegen de klokkenluider, verklaarde later onder ede dat hij zelf ook eens gebruik heeft gemaakt van de Hoofddorp-constructie, met mondelinge toestemming van zíjn commandant.

Terwijl het onderzoek liep, werd de klokkenluider steeds meer in het nauw gedreven. Hij werd geschorst met een voornemen tot ontslag, en zag zijn collega’s fluitend naar hun werk gaan terwijl hijzelf werd uitgekleed. Volgens zijn verklaring belde Boekholt in die periode zelfs zijn behandelde arts, met de vraag hoe het met zijn ziektebeeld stond. Zijn arts gaf Boekholt hierop te verstaan dat dit hoogst ongepast was. Rond dezelfde tijd deelde Boekholt het squadron mee dat de misstanden “het einde van [het squadron]” konden betekenen, en sprak ze over “blue on blue“-aangiftes die op haar bureau lagen — jargon voor eigen troepen die op eigen troepen schieten. De boodschap kon moeilijk anders worden verstaan dan: houd je mond, of jij trekt de hele eenheid mee de afgrond in.

‘In haar boek schrijft Boekholt dat ‘er niet werd gefraudeerd’, terwijl het Huis voor Klokkenluiders vaststelde dat ten minste zeventien militairen jarenlang onjuiste declaraties indienden. Zij werden nooit vervolgd, maar de klokkenluider wel.’

De aangifte die er wel en niet was
En dan is er de kwestie die het scherpst tegen Boekholt pleit. Op 5 juli 2016 mailde ze de defensietop dat ze “aangifte heeft gedaan bij de KMAR” vanwege de Hoofddorp-constructie. Volgens een interne e-mail, ingezien door NieuwRechts, gebeurde dit op verzoek van Boekholts bovengestelde generaal, die in de Hoofddorp-constructie een stafbaar feit zag. Intern bevestigde de generaal dat de Marechaussee die aangifte had opgenomen. 

Nog in 2018 zei Boekholt in een interview dat “er aangifte gedaan” werd. Maar toen het erop aankwam, verklaarde ze onder ede dat ze nóóit aangifte vanwege de Hoofddorp-constructie had gedaan. Tegenover de rechtbank gaf ze hiervoor als reden dat ze destijds “geen vermoeden van een strafbaar feit” had. Een later WOB-onderzoek vond geen spoor van enige vervolging. Ook het Openbaar Ministerie Oost-Nederland bevestigt bij NieuwRechts dat laatste: uit het interne onderzoek kwam volgens het parket “geen vermoeden van ernstige misstanden of strafbare feiten” naar voren, en “er is geen aangifte gedaan en er is derhalve ook niemand vervolgd”.

Oftewel: volgens het OM is er nooit aangifte gedaan, terwijl Boekholt haar eigen leiding in juli 2016 precies het tegenovergestelde meldde. Conclusie: óf de mail aan haar bazen klopte niet, óf haar verklaring onder ede en de verklaring van het OM kloppen niet. Boekholt kan tegenwerpen dat ze de Marechaussee alleen “informeerde”; dan nog blijft de vraag waarom ze het zowel binnenskamers als in het openbaar mooier voorstelde dan het was.

Wie uiteindelijk als enige de rekening gepresenteerd kreeg, was de klokkenluider. Ontslagen én vervolgd voor zijn eigen verkeerde reisdeclaraties naar vliegbasis Eindhoven. De rechter sprak hem vrij van oplichting, maar achtte hem schuldig aan een lichte verduistering over: vijftig uur werkstraf, geheel voorwaardelijk. Het structurele probleem dat de klokkenluider aankaartte, de Hoofddorp-constructie, kwam echter nooit aan bod bij de strafrechter.

Niemand van de zeventien declaranten werd er ooit voor vervolgd. Zo hield de klokkenluider die de misstand meldde er een strafblad aan over, terwijl de mensen die hij had aangewezen hooguit een tik op de vingers kregen. Dat onrecht knaagt tot op de dag van vandaag, melden bronnen aan NieuwRechts: hij hing, en de rest liep vrolijk verder.

Het opgepoetste hoofdstuk
Van dat alles is in Boekholts autobiografie Gewapend met gevoel nauwelijks iets terug te vinden. Daar begint het verhaal met een “anonieme melding” op haar bureau — terwijl de klokkenluider een man met naam en toenaam was. Van fraude wil ze niet weten: “er werd niet gefraudeerd”, schrijft ze; er werd hooguit tegen de regels in een hotel geslapen. Zij is de eenzame hervormer die de storm trotseert. Een betrokkene bijt haar toe dat ze “alles kapot” komt maken; haar antwoord is dat ze er juist is “om te zorgen dat er iets blijft bestaan”. De klokkenluider, zijn ontslag, zijn vervolging, de vlucht naar Perugia, de tegenstrijdige aangifte — het staat er niet.

Een toedekaffaire wordt zo omgebogen tot het portret van een dappere vrouw die er helemaal alleen voor stond. En het is geen eenmalige greep. Al in 2017 zei Boekholt dat “er een beeld werd geschetst alsof het hier Sodom en Gomorra was”; in 2018 klaagde ze over gebrekkig wederhoor. Drie zelfportretten in acht jaar, telkens dezelfde beweging: de affaire kleiner, zichzelf groter.

Het ministerie van Defensie laat in een reactie aan NieuwRechts weten op dit moment geen persvragen te kunnen beantwoorden. Het ministerie wil eerst reageren op de ingediende Kamervragen hierover “conform het democratisch proces”. Naar verwachting gebeurt dit begin september. D66 heeft binnen het gestelde termijn niet gereageerd.

LEAVE A RESPONSE

Your email address will not be published. Required fields are marked *