Rechtse partijen hoeven niet te fuseren om meer invloed te krijgen: dit kan hun macht vergroten
Met de komst van de nieuwe partij rond Mona Keijzer dringt zich een ongemakkelijke vraag op: werkt ons politieke systeem nog wel als het er écht toe doet? Rechts-conservatief is de grootste politieke stroming in de Tweede Kamer, maar het valt uiteen in zoveel partijen dat die gezamenlijke stem nauwelijks gewicht krijgt aan de onderhandelingstafel. Misschien is het tijd voor een model waarin niet alleen wordt gekeken naar welk partij de meeste zetels heeft, maar ook naar welke richting de kiezer als geheel heeft gekozen. In Zweden bestaat dit blokmodel al — en met succes.
Deze week werd de komst van weer een nieuwe rechtse partij aangekondigd, ditmaal rond Mona Keijzer. Op zichzelf is daar niets mis mee — een frisse partij met een eigen geluid verrijkt het politieke landschap. Maar de aankondiging legt wel iets bloot over de staat van rechts Nederland. Want tel eens mee wie er inmiddels allemaal rechts van het midden staat: de PVV, FVD, JA21, BBB, SGP, 50PLUS, DNA en straks dus de partij-Keijzer erbij. En vergeet niet de nieuwe partijen die de Kamer al hebben verlaten, zoals NSC en BVNL. Het is een bonte verzameling die grofweg dezelfde kiezer bedient, over dezelfde thema’s — migratie, soevereiniteit, boeren, de vermalende overheid.




