Gепοеɡ ᴠап рοlіtіеkе tοпееlѕtᥙkϳеѕ? Ꭰіt іѕ dе һаrdе bοοdѕϲһар аап Ꭰеп Ηааɡ
News

Gепοеɡ ᴠап рοlіtіеkе tοпееlѕtᥙkϳеѕ? Ꭰіt іѕ dе һаrdе bοοdѕϲһар аап Ꭰеп Ηааɡ

Mark Thiessen over de politiek als fabriek met samenwerkingen. (Foto: ANP)

Campagnestrateeg Mark Thiessen schrijft over de politiek die geen toekomst meer produceert.

Lennart Meri was de eerste minister van Buitenlandse Zaken van Estland, na de onafhankelijkheid van de Sovjet-Unie. Toen hij aantrad, trof hij een enorme bende aan. De bibliotheek van het ministerie bevatte 64 boeken die allemaal over Lenin gingen, en verder niets. Er was geen mogelijkheid om te communiceren, want alle verbindingen liepen via de Sovjet-Unie.

Dus moest hij eerst een communicatie-antenne uit Zweden kopen. De economie stond op omvallen. Er was grote werkloosheid. Het hele overheidsapparaat was ingestort en moest opnieuw worden opgebouwd. In 1992 sprak hij als president van Estland bij de NAVO. Hij sprak daar over wat politiek volgens hem was, en zei: politiek in deze moderne tijd is een fabriek die de toekomst produceert.

Politiek als fabriek

Deze anekdote trof ik in het boek Baltic van de Britse journalist Oliver Moody. Kunnen Meri’s ervaring en instelling de Nederlandse politiek inspireren, vroeg ik mij af.

Hij en zijn collega’s destijds legden de basis voor wat inmiddels een van de meest gerespecteerde Europese lidstaten is, waar grote bedrijven als videobeldienst Skype en taxi-app Bolt vandaan komen. In Estland was het doel van de politiek om een nieuw land te bedenken en te bouwen.

Dat zit ook in die prachtige quote van Meri over de politiek als fabriek.

Die schetst het beeld van een politiek die leiding geeft en zich richt op de lange termijn. Politici die zo opereren, moeten een visie hebben over hoe de toekomst eruit dient te zien. Want hoe kun je haar anders produceren? En vervolgens stap voor stap op dat doel afgaan?

Het vormen van de toekomst zal onvermijdelijk gebeuren met beleid, wetten, begrotingen en investeringen.

Het systeem pruttelt en hapert

Politiek is vele dingen, en zeker ook een geestelijke staat. Hoe politici ‘in de politiek’ staan, bepaalt waar die politiek heen gaat. Wat haar belichaamt. En wat ze produceert.

Als we de Nederlandse politiek van 2026 als fabriek zien, wat produceert zij dan? Het blijkt steeds moeilijker om tot grote beslissingen te komen: tot beleid, tot investeringen en zelfs tot begrotingen.

Er wordt al jaren bezuinigd op beleid, en bij het oplossen van de echte grote uitdagingen en problemen – het rijtje is bekend: wonen, stikstof, energie, immigratie – begint het systeem te pruttelen en te haperen.

De Nederlandse politiek produceert de toekomst niet. Ze houdt haar tegen.

Politiek als morele spreekstoel

De fabriek van de Nederlandse politiek produceerde de afgelopen jaren iets anders. De meest in het oog springende debatten in de Tweede Kamer gaan niet eens meer over beleid.

Ze gaan over het innemen van morele posities. Denk aan de recente debatten over de situatie in het Midden-Oosten en over het normaliseren van geweld in politiek en samenleving. Politici voelen de druk om zich over iets ‘uit te spreken’ en proberen dat ook af te dwingen bij andere politici. Ze willen laten zien dat ze zorgen serieus nemen.

Het blijkt steeds moeilijker om tot grote beslissingen te komen

Moties dienen ze niet in om beleid af te dwingen, maar om zich moreel te positioneren. De Nederlandse politiek is nu eerder performatief (als een theater) dan productief (als een fabriek).

Blijkbaar bevinden onze politici zich in een andere mentale staat dan ik van ze verwacht. Ik ga ervan uit dat ze, net als de Esten destijds, in beeld hebben hoe het land er over twintig jaar uit moet zien, maar ze kunnen het zelfs niet eens worden over wat ons land vandaag is.

Ik verwacht dat ze, net als Meri, tot in hun vezels voelen dat er weer moet worden gebouwd. Maar ze komen niet eens toe aan het broodnodige onderhoud van wat voorgaande generaties politici hebben gebouwd.

Beweging door samenwerking

Er is politieke samenwerking nodig om een toekomst te produceren. Laat dat de eerste test zijn voor de nieuwe generatie politici die de verantwoordelijke partijen leidt.

Voor elk te nemen besluit dient de minderheidscoalitie een meerderheid te vinden. Dat betekent dat coalitiepartijen bereid moeten zijn om offers te brengen. En dat oppositiepartijen als JA21 en PRO toenadering moeten zoeken om samen met de coalitie op belangrijke onderwerpen een meerderheid te vormen, zodat er eindelijk weer eens wat in beweging komt.

Ze dragen allemaal verantwoordelijkheid hiervoor.

Bouwen begint met samenwerken. Als onze politici daar al niet toe in staat zijn, dan wordt Den Haag nooit meer een toekomstfabriek en verandert het voorgoed in een theater.

Daar zit niemand op te wachten. Nederlanders willen een politiek die de toekomst bouwt. Net als Meri en zijn generatie politici deden in Estland.

LEAVE A RESPONSE

Your email address will not be published. Required fields are marked *