
Hij was als D66’er vóór de gekozen burgemeester, bepleitte het uit de regering halen van de koning, maar werd zelf benoemd burgemeester van Nijmegen en ‘onderkoning’ van Nederland. Dat politici hun idealen niet altijd bereiken, ervoer Thom de Graaf (69) geregeld.
Dinsdag 30 juni is zijn laatste werkdag aan de Haagse Kneuterdijk, waar hij acht jaar zetelde als vicepresident van de Raad van State. Hij had deze prestigieuze functie – vaak ‘onderkoning’ genoemd – nog een jaar kunnen vervullen. Toch gaat hij nu met pensioen, ‘omdat er meer is in het leven’.
Hij verlaat de regeringsstad waar hij zijn entree maakte als ambtenaar op het ministerie van Binnenlandse Zaken (1985-1994) en jarenlang functies vervulde.
De Graaf was een in het oog springende D66-politicus. Hij en Roger van Boxtel vielen in de jaren negentig op als jonge honden in de Tweede Kamerfractie van de partij. Ze kregen wegens hun kapsel de bijnaam ‘krullenjongens’. In de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden (1994-1996) viel hij op als scherp ondervrager. Gedurende het tweede paarse kabinet (1998-2002) leidde hij de D66-fractie.
De uitstraling van partijleider ontbeerde hij. Hij bleef de bedachtzame staatsrechtgeleerde. Dat bleek bijvoorbeeld in 2000, toen hij modernisering van de monarchie bepleitte. De constitutionele monarchie had volgens hem geen gelijke tred gehouden met de ontwikkeling van de politieke democratie. Dat kon anders, door de koning uit de regering te plaatsen en niet langer voorzitter te laten zijn van de Raad van State.
Beide gebeurde niet. Terwijl De Graaf een debat wilde over het constitutioneel bestel, reageerden politieke concurrenten alsof hij koningin Beatrix persoonlijk had aangevallen.
In de verkiezingsstrijd van 2002 bracht hij Pim Fortuyn in verband met Anne Frank. Hij wilde waarschuwen voor uitsluiting, discriminatie en intolerantie. Zijn woorden werden vaak aangehaald na de moord op Fortuyn. Nog datzelfde jaar betuigde hij spijt en zei hij dat het in een context gebeurde waarin emoties hoog opliepen en alle politici stevige uitspraken deden.
‘Mijn opvattingen hebben zich ontwikkeld en ik heb me gerealiseerd dat ik dingen beter had kunnen doen. Wie zijn standpunten niet ontwikkelt, denkt niet meer na en leeft in het verleden,’ zei hij in 2018 in zijn eerste interview als vicepresident van de Raad van van State EW.
Aan harde polarisatie heeft hij een bloedhekel. Tegen EW: ‘Politici moeten zelf afwegen of zij harde polarisatie een goede strategie vinden voor wat zij willen bereiken. Zolang ze maar beseffen dat we het in de samenleving uiteindelijk met elkaar moeten zien te rooien.’
In 2003 werd hij vicepremier en kreeg hij als minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties de kroonjuwelen van D66 onder zijn hoede, waaronder de gekozen burgemeester en het referendum. Maar nadat de Eerste Kamer het plan voor de gekozen burgemeester verwierp, trad hij af. Nadien werd van de kroonjuwelen – voornamelijk: bestuurlijke vernieuwing – weinig meer vernomen.
Als burgemeester van Nijmegen (2007- 2012) vervulde De Graaf dezelfde functie als zijn vader. Hij werd senator en leidde de Vereniging Hogescholen, om in 2018 vicepresident van de Raad van State te worden: de eerste D66’er op die plek.
‘Voorheen werd gekeken of er wel genoeg VVD’ers of CDA’ers in de Afdeling advisering zaten. Dat is voorbij. Sterker nog, ik weet van een aantal leden niet eens wat hun politieke oriëntatie is. Al is het van sommigen bekend,’ zei hij eerder dit jaar tegen EW, verwijzend naar voormalig SGP-leider Kees van der Staaij.




